Wordt u daar ook zo giftig van? Een juridische verkenning naar toepassing artikel 174 van Wetboek van Strafrecht naast Opiumwet

Wordt u daar ook zo giftig van? Een juridische verkenning naar de toepassing van artikel 174 van het Wetboek van Strafrecht naast de Opiumwet, door het (ondeskundig) gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij de hennepteelt

Deze afstudeerscriptie door van Gijn voor de Avans Hogeschool bij de Brabantse recherche kan een praktische meerwaarde hebben voor de politiepraktijk die eventueel handvatten op kan leveren voor de Taskforce aanpak georganiseerde hennepteelt. Het gaat namelijk om een juridische verkenning van art 174 van het Wetboek van Strafrecht naast de Opiumwet bij de aanpak van chemische gewasbestrijdingsmiddelen die in de hennepteelt veel gebruikt worden om de hennepplanten te beschermen tegen ziekten en plagen. Uit deze studie blijkt dat er t.o.v een studie uit de jaren 90 een toename van 32% is van de kankerverwekkende pesticide abamectine. Door dit gebruik komen restanten van deze gewasbestrijdingsmiddelen in de atmosfeer van de kwekerij terecht en als residu in het eindproduct. Pesticiden zijn op zich toxisch voor de gebruiker. Pesticiden kunnen de overdracht van de zenuwprikkel bij mensen en dieren blokkeren, waardoor verlammingsverschijnselen kunnen optreden.

Daarnaast worden verzwaringsmiddelen of versnijdingsmiddelen, zoals lood of glas van Tl-buizen, toegevoegd aan de hennep na de oogst.  Voor het bepalen of deze gewasbeschermingsmiddelen, als residu, schadelijk voor het leven of de gezondheid van de eindgebruiker zijn, is onderzoek verricht naar de mogelijkheid van toepassing van artikel 174 Sr naast de Opiumwet.

Bij een eerder onderzoek in de jaren negentig bij 35 monsters, waarvan 18 monsters een of meer bestrijdingsmiddelen bevatten bij cannabis die aangekocht waren bij Amsterdamse coffeeshops, werd vastgesteld dat gelet op de mate van toevoegingen van gewasbeschermingsmiddelen, deze niet schadelijk zouden zijn voor het leven of de gezondheid voor de eindgebruiker. Door de toename van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de hennepteelt in de afgelopen jaren, is de verwachting dat ook de schadelijkheid van hennep door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is toegenomen.

Het volksgezondheidsdoel van de Opiumwet en het Nederlandse coffeeshopbeleid met de achterdeurproblematiek zijn in dit afstudeeronderzoek nader toegelicht, waarbij de ontstaansgeschiedenis van de hennepteelt onder meer ten grondslag ligt aan het huidige handhavingsbeleid. Het kabinet streeft volgens van Gijn naar een doorbreking van het normaliseringbeleid in Nederland door de hennepteelt strikt aan te pakken en naar het realiseren van een zichtbare vermindering van de georganiseerde hennepteelt in 2011.

Voor de bewijsvoering van artikel 174 van het Wetboek van Strafrecht is het van belang om twee belangrijke elementen van dat artikel te bewijzen, enerzijds opzet “wetende dat” en anderzijds dient het waar “schadelijk te zijn voor het leven of de gezondheid.”

De hennepkweker neemt door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tijdens de kweek, de waarschijnlijkheid van schadelijkheid voor het leven of de gezondheid voor de eindgebruiker op de koop toe, waardoor opzet voor de hand ligt. Ook is de schadelijkheid voor de eindgebruiker beschreven. Uit het forensisch - chemische onderzoek blijkt niet van schadelijkheid voor het leven of de gezondheid voor de eindgebruiker. Uit de onderzochte monsters hennep is de concentratie gewasbeschermingsmiddelen als residu niet schadelijk gebleken voor het leven of de gezondheid van de eindgebruiker, waardoor toepassing van artikel 174 Sr in dit onderzoek faalt.

Verder wordt beschreven dat hennep op geen enkele wijze onder enig wettelijke bepaling valt, met uitzondering van de Opiumwet. Aannemelijk zou zijn dat hennep onder de bepalingen van de Warenwet zou vallen omdat hennep en haar eindproducten een consumptiegoed is. Dit is niet het geval, hennep en hennepproducten zijn uitgezonderd. Hierdoor wordt de consument, de eindgebruiker van cannabis, op geen enkele wijze beschermd tegen handelaren die inferieure handelswaar, hennep, op de markt brengen. Hennep als eindproduct wordt na de oogst ook geregeld met verschillende middelen, zoals lood en glas van Tl buis wordt verzwaard of versneden. De toevoeging van onder meer deze middelen is schadelijk voor het leven of de gezondheid van de eindgebruiker.

Door het forensisch - chemische onderzoek, uitgevoerd door studenten van de Avans Hogeschool te Breda waaruit bleek dat in 4 van de 6 monsters pesticiden aanwezig was, waarbij werd vastgesteld dat er ten opzichte van het onderzoek van 1999 er een enorme toename was van het gebruik van abamectine. Bij de onderzochte monsters van nederwiet werd een concentratie abamectine aangetroffen die 32% hoger was dan de aangetroffen hoeveelheid abamectine uit het onderzoek van 1999.

Conclusies:
- Artikel 174 Sr kan worden toegepast als aangetoond wordt dat de toegevoegde bestrijdingsmiddelen aan de hennep als residu schadelijk voor het leven of de gezondheid zijn. Tevens kan het artikel toegepast worden als bepaalde versnijdingsmiddelen aan hennep zijn toegevoegd.
- Door toepassing van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) naast artikel 11 lid 2 of 3 Opiumwet, is 1/3 strafverhoging door meerdaadse samenloop toepasbaar.
- Opsporingsambtenaren lopen een direct gevaar bij betreding van hennepkwekerijen door het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Onbekend is of op het moment van betreden van deze hennepkwekerijen er gewasbeschermingsmiddelen zijn gebruikt en als deze gebruikt zijn, wanneer deze gewasbeschermingsmiddelen zijn aangebracht.

Ten slotte zijn relevante aanbevelingen voorgesteld; onder meer om in samenwerking met de Taskforce aanpak georganiseerde hennepteelt en het OM het Ministerie van VWS te overtuigen om geld en laboratoriumruimte ter beschikking te stellen om een groot en breed onderzoek te doen naar de schadelijkheid van hennep. Dit onderzoek dient voornamelijk gericht te zijn op de aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen in hennep.
-Tevens wordt aanbevolen dat de politie in samenwerking met de VWA onderzoek doet naar de aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen in hennepkwekerijen, zodat vastgesteld kan worden welke gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden en anderzijds voor toepassing van de Wgb naast de Opiumwet.
-Verder wordt aanbevolen om een databank op te zetten waarin alle gewasbestrijdingsmiddelen worden opgenomen. Deze databank is bedoeld om inzichtelijk te maken welke middelen gebruikt worden en wat de toxiciteit is van deze middelen. De gegevens in deze databank zijn bevraagbaar voor onder andere opsporingsambtenaren.
-De laatste aanbeveling betreft het ontwikkelen van een toxische sniffer. Door onder meer gebruik te maken van de gegevens uit de databank kan een toxische sniffer ontwikkeld worden om te gebruiken bij het betreden van hennepkwekerijen. Door het gebruik van een sniffer wordt voorkomen dat opsporingsambtenaren in aanraking komen met toxische stoffen.

Reflectie – Bij de studie in 2009 bij Avans blijkt er een toename te zijn van 32% bij het gebruik van pesticiden bij de illegale hennepteelt. Doordat er een samenwerking was tussen Avans met de recherche Brabant is voor deze afstudeerstudie gebruik gemaakt van het opportuniteitsbeginsel en is er geen opiumontheffing aangevraagd bij het Ministerie van VWS. Met de aanbeveling om een databank op te zetten met gebruikte toxische stoffen is weinig gedaan, mede omdat onderzoek naar pesticiden bewerkelijk en kostbaar is, laat staan wat daarbij het effect van het roken of innemen van cannabisolie die pesticiden bevatten voor gezondheidsgevolgen heeft. Er is alleen bij een incidenteel studieproject nadien binnen de RIVM met monsters uit geruimde hennepkwekerijen die door de KLPD werden aangeleverd naast abamectine het nog kankerverwekkender dichloorvos aangetroffen (bron: persoonlijke communicatie ex-RIVM medewerker).
In 2016 heeft dus alleen het RIVM een onderzoek gepubliceerd waarbij in 23 van de 25 coffeeshop-samples pesticiden werden aangetroffen. Ook is er onbekend of de kwestie is opgepakt van toevoegingen als verzwaringsmateriaal die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid, zoals genoemd door van Gijn, al zijn coffeeshops daar bij de inkoop over het algemeen wel scherp op. Een voordeel is dat vanaf 1-1-2018 de wet op de reststromen geldt waarbij binnen in geval van een gereguleerde teeltsetting kweeklocaties verplicht zijn pesticiden te filteren, zodat ze niet in het grondwater terecht kunnen komen; Bij een gereguleerde setting is er een borging bij biologische teelt mogelijk voor ‘schone wiet’, aangezien het waterschap anders toevoegingen bij de controles zal constateren.

Van Gijn, Avans Hogeschool Tilburg, mei 2009
https://www.hbo-kennisbank.nl/record/sharekit_jhs/oai:surfsharekit.nl:414e4599-246e-49f3-8cb9-26dba6432a69

Onderzoeken

logo button

Stichting Maatschappij en Cannabis
Redactie: Gerrit Jan ten Bloemendal, Jeroen Bos en Lisa Lankes
Redactionele bijdragen: Mauro Picavet
Fotografie: Gerrit Jan ten Bloemendal
contact mailadres

elke stem telt 600