Amsterdamse coffeeshops en hun bezoekers (Korf et al 2011)

Het onderzoekrapport Amsterdamse coffeeshops uit 2011 door het Bonger Instituut (UvA, Korf et al) in opdracht van de gemeente Amsterdam richt zich uitsluitend op de coffeeshops (en dus niet de achterdeur).

Aanleiding was de ‘Hoofdlijnenbrief drugsbeleid’ naar de Tweede Kamer van september 2009, waarbij het coffeeshopbeleid zich richtte op de doelen:
• bevorderen van kleinschaligheid van coffeeshops 
• beheersing van het aantal coffeeshops 
• bestrijding van de georganiseerde criminaliteit (met een goed evenwicht tussen bestuurs-en strafrecht). 

Pilot Amsterdam
Aansluitend heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) in april 2010 alle gemeenten met coffeeshops uitgenodigd om een voorstel in te dienen met als doel het verminderen van overlast en het bevorderen van kleinschaligheid en beheersbaarheid van coffeeshops. De gemeente Amsterdam is op deze uitnodiging ingegaan en heeft subsidie ontvangen voor het uitvoeren van een pilot. Binnen Amsterdam is de Bestuursdienst/OOV verantwoordelijk voor de uitvoering van de pilot.

Algemeen ten aanzien van de coffeeshops gaat het dan om beleidsdoelen:

Kleinschaligheid
Transparantie, beheersbaarheid
Spreiding
Minder overlast 
en specifiek in de pilot: 

Beter beeld van de coffeeshops in de stad
Maatregelen om overlast te verminderen
Vestiging-criteria / programma van eisen coffeeshops
Uitvoeringsplan: selectie / verplaatsen (nieuwe) coffeeshops

Onderdeel van de pilot, is de eerste fase met een verkennend onderzoek in enkele buurten in Amsterdam met coffeeshops. In de tweede fase is dit coffeeshoponderzoek verbreed naar de hele stad en is daarnaast buurtonderzoek gedaan naar coffeeshops en overlast. Vanuit vier invalshoeken is het reilen en zeilen van Amsterdamse coffeeshops – met uitzondering van de 26 in het 1012‐gebied die moeten sluiten – in kaart gebracht.

Eerst is gekeken naar de directe omgeving van de coffeeshops en hoe zij er van buiten uitzien.

Vervolgens zijn exploitanten van 66 coffeeshops geïnterviewd, daarna zijn in 59 van deze coffeeshops observaties gedaan en klanten geteld.

Tegelijkertijd zijn in deze coffeeshops 1214 klanten geïnterviewd.

Interviews met 66 exploitanten/bedrijfsvoerders en observaties in 59 coffeeshops leveren het volgende beeld op; Gemiddeld zijn de coffeeshops ongeveer 14 uur per dag en rond de 100 uur per week geopend. Het drukst is het meestal in de namiddag en vooravond. Aan het eind van de donderdagmiddag begint de piekperiode en die duurt tot zaterdagavond.

Gemiddeld schatten de exploitanten het aantal bezoekers op 867 per week, maar dit verschilt sterk tussen de coffeeshops. Omgerekend komt dit neer op (afgerond) gemiddeld 9 bezoekers per uur. Tellingen tussen 15:00 en 21:00 uur op donderdag, vrijdag en zaterdag leveren gemiddeld 18 bezoekers per uur op. Tijdens de rest van de week zijn er dus gemiddeld 6–7 bezoekers per uur. Afgaand op de tellingen zijn de bezoekers gemiddeld 32.6 jaar. Bijna een op de zes is vrouw. Er zijn twee keer zoveel halers als zitters. Tussen een op de vijf en een kwart is toerist, maar stadsbreed is het aandeel waarschijnlijk groter, want typische ‘toeristenshops’ zijn ondervertegenwoordigd in het onderzoek.

Meer respondenten gaan alleen of vooral naar de coffeeshop om er cannabis te halen dan alleen of vooral om er te zitten. Hierbij is er geen verschil tussen bezoekers in Centrum en de rest van de stad. De animo voor coffeeshops met uitsluitend een afhaalbalie en zonder zitgelegenheid is sterk verdeeld. Niet verrassend is dat halers vaker geïnteresseerd zijn in zo’n coffeeshop dan zitters. Maar er zijn ook halers die niet naar een coffeeshop met alleen een afhaalbalie zouden willen – en andersom zijn er zitters die er wel naartoe zouden gaan.

Criterium coffeeshopbezoek
Veruit het belangrijkste criterium voor coffeeshopbezoek in het algemeen is de kwaliteit van de cannabis, hoewel toch een kwart van de bezoekers dit niet in hun top drie noemen. Op de tweede en derde plaats staan: vriendelijk personeel en dichtbij huis.

Bij de keuze voor het bezoek aan de coffeeshop waar zij werden geïnterviewd scoren vooral specifieke pullfactoren hoog. Dat zijn factoren die te maken hebben met de coffeeshop zelf en het betreft ook hier vooral de goede kwaliteit van de cannabis en vriendelijk personeel, maar daarnaast vaak ook gezelligheid en de aanwezigheid van een rookruimte (toen gold er duidelijk nog geen rookruimteverbod)

Omgeving en buitenkant van coffeeshops
De meerderheid van de coffeeshops ligt nabij een of meer andere coffeeshops. Vaak liggen ze in een straat met druk verkeer, maar er zijn ook coffeeshops met weinig of geen verkeer in de straat.

Over het algemeen zijn de coffeeshops goed bereikbaar met het openbaar vervoer, vaak is er parkeergelegenheid op korte loopafstand, maar dichtbij de coffeeshop is meestal moeilijk een vrije parkeerplek te vinden. Vanaf de coffeeshops zijn zelden scholen zichtbaar.

De buitenkant van de coffeeshops is heel gevarieerd, van smalle pandjes tot locaties met twee of drie etages. De meeste coffeeshops zijn van buitenaf als zodanig herkenbaar, maar er zijn ook coffeeshops waarvoor dit helemaal niet geldt. Bij een kleine meerderheid is van buitenaf goed te zien wat zich binnen afspeelt; andere coffeeshops hebben weinig of helemaal geen inkijk. Ook als zodanig herkenbare coffeeshops vallen vaak toch niet echt op binnen het totale straatbeeld.

Op basis van hun directe omgeving en buitenkant zijn twee typen Amsterdamse coffeeshops te onderscheiden. Een meerderheid is te typeren als ingebedde coffeeshops; zij liggen in drukke buurten met veel andere ondernemingen, inclusief andere coffeeshops. Vaak liggen dergelijke coffeeshops in Centrum, maar ook in Zuid en wat minder in West. Daarnaast zijn er losstaande coffeeshops. Zij hebben geen of hoogstens één andere coffeeshop in de directe omgeving en er is minder andere bedrijvigheid. Dit type zien we het vaakst in West, betreft vrijwel in alle coffeeshops in Oost en alle coffeeshops in Noord.

Ook is exploitanten gevraagd naar de invoering van de wietpas, verwachting is dat veel klanten zich zullen verzetten tegen de wietpas, wat wordt bevestigd in de enquête onder coffeeshopbezoekers. Spontaan is 83% van de bezoekers tegen registratie om de wietpas te kunnen krijgen. Wordt hen voorgehouden dat het echt zou moeten, dan breekt het verzet wat af en zegt 32% zich te zullen laten registeren. Een klein deel van de weigeraars zegt dan anderen voor hen naar de coffeeshop te laten gaan, bijna een kwart wil dan zelf wiet te gaan kweken of van een wietteler gaan kopen; en ruim een kwart kiest ervoor om op andere manieren hun cannabis te kopen (thuisbezorgers, andere dealers).

'Opvallend genoeg zegt een op de tien bij de invoering van de wietpas te zullen stoppen. Onzeker is in hoeverre zij dit ook echt zullen doen, want intentie is geen garantie voor daadwerkelijke gedragsverandering. Deze onzekerheid geldt overigens ook voor de zowel door exploitanten als bezoekers geuite verwachting van verplaatsing van de cannabisverkoop naar de straat en andere plekken. Verplaatsing naar buiten de coffeeshop is zeker aannemelijk, maar de mate waarin en de wijze waarop deze gestalte zou krijgen, zijn ongewis'.

Wietpasdeal
Er is een deal tussen Burgemeester van der Laan en minister Opstelten gesloten om voor Amsterdam qua uitvoering in de praktijk de handhaving op het I criterium voor het scholencriterium in te ruilen. Dit onderzoeksrapport is daartoe hoogstwaarschijnlijk een van de ambtelijke verantwoordingsinstrumenten geweest. Zo gaat het altijd; Eerst een rapport en dan een beleidsverandering, maar dan wel met een onderzoeksvraag die toevallig politiek goed uitkomt.

Onderzoeken

logo button

Stichting Maatschappij en Cannabis
Redactie: Gerrit Jan ten Bloemendal, Jeroen Bos en Lisa Lankes
Redactionele bijdragen: Mauro Picavet
Fotografie: Gerrit Jan ten Bloemendal
contact mailadres

elke stem telt 600