Hoofd Menu

Partij Voor de Vrijheid (PVV)

Artikelindex

Tweede Kamerverkiezingen 2017

Het PVV verkiezingsprogramma NEDERLAND WEER VAN ONS

Er staat niets wiet of softdrugs in het verkiezingsprogramma van de PVV.

Gezien het verleden concludeert de redactie van de Cannabiskieswijzer dat het standpunt van de PVV over cannabis nog steeds is: "Keihard optreden en niet reguleren"

Van de PVV website

Wet experiment gesloten coffeeshopketen

Laat ik omwille van het debat daarnaast ook nog een paar inhoudelijke redenen noemen naast het principiële standpunt dat de overheid zich niet schuldig moet maken aan strafbaar gedrag door haar eigen wetten te breken:
1. de vraag naar softdrugs is veel te groot en er is dus veel geld mee te verdienen, het zelf (laten) produceren van wiet onder staatsvlag verandert daar niet aan, het vergroot alleen het aanbod;
2. het grootste deel van softdrugs dat door criminelen wordt geproduceerd, gaat naar het buitenland;
3. de overheid moet drugsgebruik juist ontmoedigen, door het experiment wordt op zijn minst de indruk gewekt dat een jointje op zijn tijd geen probleem is en dat terwijl wetenschappelijk is aangetoond dat jongeren die beginnen met blowen, voor een groot deel na verloop van tijd overstappen op harddrugs;
4. de ‘staatswiet’ moet natuurlijk wel van een goede kwaliteit zijn en dat zorgt er voor dat deze gewild is. Je kan er geld op zetten dat deze ‘staatsplantages’ een crimineel doelwit gaan worden. En dan mag de politie het weer gaan oplossen. Niets voor niets adviseert de politie dan ook om de locatie gebonden beveiliging neer te leggen bij de telers en coffeeshophouders door inzet van particuliere beveiligers. Lees meer...


Op 11 juni 2015 schreef de PVV op haar website:

Dertigledendebat gereguleerde wietteelt in steden
Voorzitter,
Uitgangspunt van het Nederlands drugsbeleid is het onderscheid dat in de Opiumwet wordt gemaakt tussen harddrugs en softdrugs (cannabis/hennep/wiet), waarvan de risico's van laatstgenoemde voor de volksgezondheid minder groot zijn ingeschat. Softdrugs hebben daardoor een minder streng strafklimaat dan harddrugs. Maar laat er geen misverstand over bestaan: hennepteelt is in strijd met artikel 3 van de Opiumwet.

In Nederland is sprake van coffeeshopbeleid, wat inhoudt dat voor hennep speciale verkooppunten in de vorm van coffeeshops bestaan waar onder strikte voorwaarden de verkoop van softdrugs wordt gedoogd. De voorwaarden zijn de zogenoemde AHOJG-criteria: geen affichering (geen reclame maken), geen verkoop van harddrugs, geen overlast, geen verkoop aan jeugdigen en een geringe hoeveelheid hennep als voorraad.

En sinds 1 maart 2015 hebben we het nieuwe artikel 11a Opiumwet. Dit artikel verbiedt het verrichten van handelingen ter voorbereiding of ter vergemakkelijking van de illegale hennepteelt als dit beroeps- of bedrijfsmatig of grootschalig gebeurt. Dit betekent dat bijvoorbeeld growshops in strijd zijn met de wet en dat verhuurders van panden met hennepkwekerijen strafbaar zijn.

In maart 2015 heeft de politie in het kader van dit nieuwe wetsartikel invallen gedaan bij 55 growshops. Een goed begin, wat mijn fractie betreft. Maar een punt van aandacht is dat de politie niet overal even streng controleert of growshops zich aan het nieuwe wetsartikel houden. Zo hield de politie Zeeland/West-Brabant sinds 1 maart al 30 controles en namen ze bij 6 growshops zaken in beslag. In Den Haag zijn 24 growshops bezocht, maar in Noord-Nederland en Rotterdam staat de teller op nul. Wat gaat de minister doen aan deze ongelijkheid? Het zogenoemde 'waterbedeffect' moet worden voorkomen.

Voormalig minister Opstelten heeft in een brief aan de Kamer (24077 nr. 339) aangegeven dat uit WODC-onderzoek ("De export van in Nederland geteelde cannabis") blijkt dat naar schatting 78 tot 91 % van de hier geteelde hennep de grens overgaat naar het buitenland. De onderzoekers van dit rapport hebben echter laten weten dat de voormalig minister zijn eigen conclusie uit het onderzoek had getrokken. De conclusie van de onderzoekers was namelijk: we weten het percentage niet. Wat vindt de nieuwe minister hier nu van? En welke conclusie trekt hij uit het WODC rapport? Kan hij iets meer zeggen dan dat er sprake is van een "educated guess"?

Steeds meer gemeenten dringen er op aan hennepteelt officieel te reguleren. De gemeente Heerlen werkt verder aan een plan voor gereguleerde hennepteelt. En ook de gemeente Rotterdam heeft in april 2015 laten weten in dit kader plannen te ontwikkelen. Wat stelt de wet dan nog voor, kun je je afvragen. Maar goed, ik schuif deze vraag even door naar de minister. Wat gaat hij doen om er voor te zorgen dat deze 'hippiegemeenten' zich ook aan de wet houden?Voormalig minister Opstelten beloofde de Kamer een paar maanden geleden "koers te houden", maar dat past niet bij gemeenten die er hun eigen beleid op na houden.

De problemen rond het huidige gedoogbeleid los je namelijk niet op door gemeenten zelf hennep te laten verbouwen. In het rapport van de Commissie Van de Donk ("Geen deuren, maar daden", 2009) staat: "in de wereld van cannabishandel zijn de coffeeshops maar een bescheiden onderdeel geworden. Hierdoor kan het coffeeshopbeleid nu nog slechts een bescheiden effect hebben op de aanpak van productie van cannabis en de daaraan verbonden georganiseerde criminaliteit."

Daarnaast zal gereguleerde hennepteelt een aanzuigende werking hebben op buitenlandse drugstoeristen, omdat de kwaliteit van gemeentelijke hennep beter zal zijn. En dat is precies de reden waarom bendes criminelen er alles aan gelegen zal zijn de plantages van gemeenten te overvallen om de gemeentelijke 'kwaliteitswiet' te bemachtigen. En last but not least: reguleren wekt de verwachting van legaliseren.

En het produceren, bezitten en gebruiken van softdrugs is in het verleden strafbaar gesteld vanwege de bescherming van de volksgezondheid en de bestrijding van criminaliteit. Deze argumenten gelden wat mijn fractie betreft nog steeds. En die belangrijke onderwerpen zijn het beste gediend met keihard optreden en niet met reguleren.