Inventarisatie bezwaren en vragen binnen gemeenten om zich aan te melden voor het experiment gesloten coffeeshopketen.

Stichting Maatschappij en Cannabis heeft een korte inventarisatie gedaan bij een aantal coffeeshops betreft bezwaren en vragen die er binnen gemeenten zijn om zich aan te melden voor het experiment. Een opsomming van genoemde bezwaren en vragen:

-Geen buitenlandse hasj, wat zorgen geeft over ‘de ontscheiding der markten’ enerzijds en faillissement bij buurtshops die 40% buitenlandse hasj verkopen anderzijds.
-Is er voldoende ruimte voor nieuwe soorten bij de maximering van 15 soorten per kweker?
-Gefaseerde invoering met gewenningsperiode voor teler van een jaar.
-Het streven is om naar een gesloten keten te komen, is het mogelijk om aan het begin van het experiment al meteen op het juiste volume van aanbod van gereguleerde cannabis te komen?
-Er ontbreekt een sociaal plan voor medewerkers die vanwege te verwachten werkzaamheden met verpakken van cannabis op de teeltlocatie en of omzetverlies ontslagen zullen worden.
-In Amsterdam moet het experiment beginnen: Amsterdam is de ‘Adam en Eva’ van de cannabis.
-Het experiment gaat een marktverstorende werking krijgen.
-Krijgen coffeeshops in andere gemeenten de gelegenheid om hun cannabis bij een officieel lab te laten testen, geldt ook voor de zelfvoorzienende thuisteler? Zo niet, ontstaat er experimentele rechtsongelijkheid die tot rechtszaken kunnen leiden, zeker als er gedwongen winkelnering voor coffeeshops dreigt door het experiment.
-Hoe gaat de logistiek eruit zien bij het experiment, worden er elke dag vijf zakjes van een soortje aan coffeeshops aangeleverd door de teler? Of wordt dat een keer per week?
-Voorverpakkingen haalt de tastbaarheid bij het verkoopmoment weg.
-Aan de gemeenten moet de ruimte en instrumentarium geboden worden om in te kunnen zetten op ‘het lerende vermogen' en ze moeten de kans krijgen gedurende het experiment bij te kunnen sturen als het mis dreigt te gaan.

Op 27 september is er een inbreng voor het schriftelijk verslag bij het wetsvoorstel experiment gesloten coffeeshopketen (34997) 34997) bij de vaste kamercommissie JenV *. In deze fase van het voortraject zal met name de herdruk van de Memorie van Toelichting en het vorige verslag onder de aandacht staan. In het artikelCoffeeshopondernemers gezond kritisch' ** van 20 september 2018 staat dat vanuit overheidswege hierbij wordt gekeken of er geen gereguleerde cannabis ‘weg lekt’ naar de zwarte markt of dat cannabis van de zwarte markt ‘in lekt’ naar de gedoogde verkoop: ‘Het doel van het experiment is om uit te zoeken of het mogelijk is om een gesloten cannabisketen te creeren, lieten ambtenaren weten die de AmvB aan het opstellen zijn die het wietexperiment regelt tijdens een van de stakeholdersessies die onlangs met coffeeshopexploitanten werd gehouden.

Zal naar aanleiding van het doel van het experiment bij de vragen en beantwoordingen echter wel worden uitgegaan van de formulering uit het regeerakkoord?: ‘Er komt wet- en regelgeving ten behoeve van uniforme experimenten met het gedoogd telen van wiet voor recreatief gebruik. Het kabinet komt daartoe zo mogelijk binnen zes maanden met wetgeving. Deze experimenten wordt uitgevoerd in een aantal (middel)grote gemeenten (zes á tien). Doel van de experimenten is om te bezien of en hoe op kwaliteit gecontroleerde wiet gedecriminaliseerd aan de coffeeshops toegeleverd kan worden (gesloten coffeeshopketen) en wat de effecten hiervan zijn. De experimenten worden onafhankelijk geëvalueerd, waarna het kabinet beziet wat het te doen staat’ ***.

Het doel van de uniforme experimenten is dus of en hoe op kwaliteit gecontroleerde wiet gedecriminaliseerd aan de coffeeshops toegeleverd kan worden binnen een gesloten gedoogde keten en wat de effecten hiervan zijn. Opmerkelijk is dat gesloten coffeeshopketen hierbij in het regeerakkoord tussen haakjes is gezet, terwijl hierop door ambtenaren de klemtoon wordt gezet.

Gelet op de formulering in het regeerakkoord is er veel voor te zeggen om eerst te kijken of en hoe de kwaliteit van wiet gecontroleerd kan worden, dus aan welke randvoorwaarden dient zo’n controle te voldoen? Het gaat dan op de eerste plaats om de kwaliteit van het genetische materiaal ****. Daarnaast ook om het ontwikkelen van een uniforme testmethodiek en bemonsteringswijze van samples om tot betrouwbare uitspraken te kunnen komen. Op welke indicatoren zal daarbij worden gemeten, alleen het THC en CBD gehalte of ook op andere cannabinoiden en plantenzuren? Wordt er bij de kwaliteitscontrole wel of niet naar terpenen (geven cannabis de unieke geur) gekeken? Hoe zit het met de normen bij kunstmatige toevoegingen gedurende de teelt en het voortraject naar de gedoogde verkoop als het gaat om de kwaliteit van cannabis? Welke curing en verwerking van gereguleerde cannabis wordt gehanteerd en welke invloed heeft die op de kwaliteit van de cannabis binnen het experiment?

Met het verschuiven van de overdracht van het wetsvoorstel 34997 van de vaste kamercommissie van VWS naar die van JenV heeft het er alle schijn van dat het creeren van een gesloten cannabisketen de nadruk krijgt, waarbij kwaliteitscontrole de gedaante van een ondergeschoven kindje aanneemt. Onder de noemer van 'het gedoogd telen van wiet' zou ook de kleinschalige thuisteelt voor eigen gebruik geschaard kunnen worden, daarbij is er geen keten om te kunnen sluiten en valt dus buiten de definitie van een experiment zoals die via het regeerakkoord wordt geschetst. Naast het instellen van een adviescommissie en onderzoekscommissie wordt de tijd rijp voor een bezwarencommissie. (HK)

* Wetsvoorstel 34997 met het laatste schriftelijke verslag van 4 oktober: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34997-5.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dTractatenblad%257CStaatsblad%257CStaatscourant%257CGemeenteblad%257CProvinciaalblad%257CWaterschapsblad%257CBladGemeenschappelijkeRegeling%257CParlementaireDocumenten%26vrt%3dcoffeeshop%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20181008%26epd%3d20181008%26sdt%3dDatumPublicatie%26ap%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&resultIndex=1&sorttype=1&sortorder=4

**Artikel van 20-09-2018 (red. Panhuysen): Coffeeshopondernemers gezond kritisch

***Regeerakkoord Rutte III

**** Strain name challenge, augustus 2018 - Many studies that have sought to correlate ‘strain name’ or ‘indica vs sativa’ with cannabinoid and terpene profiles have found the same thing: there is no way to predict chemical profile (and therefore medicinal or psychotropic effect) using cultivar designations alone. The reasons are twofold. First, the initial designations were made anecdotally by cultivators who could not verify which genes were being inherited or activated. Second, the chemical profile of the final product is determined not only by genetics, but as well the specific practices of cultivation, drying, curing, and even storage. Once enough data has been aggregated from cultivation, chemical analysis, and genetic analysis of a diverse set of plants, we can start to make more accurate predictions. Thisprinciplel extends to the medicinal effects as well, where the final chemical profile interacts with a person’s metabolic environment to produce a physiological response that may vary depending on human genetic factors