Hoofd Menu

Europees Parlement

Europees Parlement

Hoe wordt het Europees Parlement gekozen, wat zijn de bevoegdheden?

Wijze van verkiezen Europees Parlement

De verkiezingen voor Nederlandse leden van het Europees Parlement zijn qua systematiek vergelijkbaar met de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Nederland heeft recht op 26 van de 751 zetels in het Europees Parlement. Voor de verkiezing tot Europarlementarier gelden de regels van de Kieswet. De Tweede Kamer onderzoekt de geloofsbrieven van de Nederlandse leden. Omdat er maar 26 Nederlandse EP-zetels te verdelen zijn, zijn er relatief veel stemmen nodig om een zetel te veroveren.

De rechtstreeks gekozen Europarlementariërs vertegenwoordigen de Europese burgers in het Europees Parlement.

Nederlandse Europarlementariërs

Wim van de Camp (CDA)
Esther de Lange (CDA)
Jeroen Lenaers (CDA)
Lambert van Nistelrooij (CDA)
Annie Schreijer-Pierik (CDA)
 
Gerben-Jan Gerbrandy (D66)
Matthijs van Miltenburg (D66)
Marietje Schaake (D66)
Sophie in 't Veld (D66)
 
André Elissen (PVV)
Marcel de Graaff (PVV)
Olaf Stuger (PVV)
Auke Zijlstra (PVV)

Agnes Jongerius (PvdA)
Kati Piri (PvdA)
Paul Tang (PvdA)
 
Hans van Baalen (VVD)
Jan Huitema (VVD)
Caroline Nagtegaal-van Doorn (VVD)
 
Bas Eickhout (GroenLinks)
Judith Sargentini (GroenLinks)
 
Dennis de Jong (SP)
Anne-Marie Mineur (SP)
 
Peter van Dalen (ChristenUnie)
 
Anja Hazekamp (Partij voor de Dieren) 
 
Bas Belder (SGP)

 

Beloning Europarlementariërs

De beloningsregeling voor Europarlementariërs is vastgelegd in het Statuut van het Europees Parlement. Dit betekent dat alle parlementariërs recht hebben op hetzelfde salaris. Voor de invoering van het Statuut in 2009 waren er grote verschillen in de salarissen van de Europarlementariërs.

Verhouding Europees Parlement en Nederlandse politiek

Vergeleken met de nationale politici spelen Nederlandse Europarlementariërs een marginale rol in de media en in de Nederlandse politiek. Wel maken binnenlandse politici geregeld een overstap naar het Europees Parlement (EP) en andersom. De opkomst bij de verkiezingen voor het EP is veel lager dan bij de Tweede Kamerverkiezingen en vertoonde tot 1999 een dalende trend. In sommige debatten (met name over Europa) gunt de Tweede Kamer spreekrecht aan Nederlandse Europarlementariërs.

Verkiezingen en zetelverdeling door de jaren heen

In Nederland vonden vanaf in 1979 iedere vijf jaar verkiezingen plaats voor de Nederlandse volksvertegenwoordigers in het Europees Parlement. De opkomst daalde van 58,1 procent van de kiesgerechtigden in 1979 naar een dieptepunt van onder de 30 procent in 1999. Sinds 2004 ligt het opkomstpercentage tussen de 30 en 40 procent. Het aantal Nederlandse zetels wisselde. In 1979 waren dat er 25. Dat werden er 31 in 1994. In 2004 daalde het aantal naar 27 en in 2009 naar 25. Sinds 2014 zitten er 26 parlementariërs voor Nederland in Brussel.