Hoofd Menu

Gedoogbeleid softdrugs en coffeeshops

Het Nederlandse drugsbeleid richt zich op het voorkomen van drugsgebruik en het beperken van de risico's van drugsgebruik, voor de gebruiker zelf, de directe omgeving van de gebruiker en voor de samenleving.

De vier pijlers van het drugsbeleid op het terrein van de volksgezondheid zijn: voorlichting, preventie, behandeling en 'harm reduction'. Een drugsverslaafde wordt niet gezien of behandeld als crimineel, maar als een patiënt die zorg en behandeling nodig heeft.

Kernboodschappen

  • Bezit, handel en productie van drugs zijn illegaal in Nederland;
  • Drugsgebruik is niet strafbaar;
  • De Nederlandse wet maakt onderscheid tussen soft- en harddrugs vanwege de verschillen in gezondheidsrisico's;
  • Coffeeshops worden gedoogd vanuit het oogpunt van gezondheidsbescherming;
  • Voorlichting en preventie is een essentieel deel van het volksgezondheidsbeleid in Nederland en richt zich voornamelijk op jongeren.

 

Gedoogbeleid

Rondom coffeeshops, waarin hasj en wiet worden verkocht, hanteren we een zogenaamd gedoogbeleid. Dat betekent dat bepaalde overtredingen van een wet niet meer worden vervolgd. Bezit en verkoop zijn nog steeds strafbaar, maar de politie treedt niet op. Coffeeshops mogen bestaan en hasj en wiet verkopen, als ze zich aan bepaalde regels houden.

Verantwoordelijkheid

De verantwoordelijkheid voor het Nederlandse drugsbeleid ligt bij verschillende ministeries. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is verantwoordelijk voor de coördinatie van het drugsbeleid en het preventie- en hulpverleningsbeleid. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie is verantwoordelijk voor de strafrechtelijke handhaving, en gemeentelijk bestuur en politie horen bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Omdat softdrugs minder schadelijk zijn voor de gezondheid dan harddrugs, gelden hiervoor soms andere regels. Coffeeshops kunnen onder strenge voorwaarden wiet en hasj verkopen. Zij worden daarvoor niet strafrechtelijk vervolgd. Dit is de essentie van het gedoogbeleid.

Ook vervolgt het Openbaar Ministerie personen niet als zij kleine hoeveelheden softdrugs bezitten. Het gaat hier om:

maximaal 5 gram cannabis (wiet, hasj);
maximaal 5 hennepplanten.

Gedoogcriteria voor coffeeshops

Voor de verkoop van wiet en hasj moeten coffeeshops zich aan regels (de gedoogcriteria) houden. Een coffeeshop moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Er mag niet meer dan 5 gram softdrugs per dag per persoon worden verkocht.
  • Er mogen geen harddrugs worden verkocht.
  • Er mogen geen softdrugs verkocht worden aan minderjarigen.
  • Minderjarigen mogen niet in een coffeeshop worden binnengelaten
  • Er mag geen alcohol worden geschonken.
  • Er mag geen reclame voor drugs en de coffeeshop worden gemaakt.
  • Er mag geen overlast voor de omgeving worden veroorzaakt.
  • De handelsvoorraad mag niet meer dan 500 gram zijn.
  • Geen toegang voor en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland.

 

Verkoop softdrugs blijft strafbaar

De verkoop van softdrugs blijft strafbaar. Houden coffeeshophouders zich niet aan de voorwaarden? Dan kunnen zij strafrechtelijk worden vervolgd en kan de burgemeester de coffeeshop (tijdelijk) sluiten. Om overlast te voorkomen, kunnen gemeenten aanvullende eisen aan een coffeeshop stellen. Bijvoorbeeld aangepaste openingstijden of een grotere afstand tot scholen.

Toegang coffeeshops strenger

De overheid wil overlast en criminaliteit die verband houden met coffeeshops en de handel in drugs tegengaan. Daarom mogen alleen ingezetenen van Nederland in een coffeeshop komen en er cannabis kopen. Een ingezetene is iemand die zijn (woon)adres heeft in een Nederlandse gemeente en er dus staat ingeschreven. De coffeeshophouder moet zelf controleren dat hij alleen ingezetenen van Nederland van 18 jaar en ouder toelaat. Hiervoor moet hij vragen naar een geldig identiteitsbewijs of verblijfsvergunning en een uittreksel van de Basisregistratie Personen (BRP).

Verantwoordelijk

Ministerie van Justitie en Veiligheid
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Ministerie van Buitenlandse Zaken