Vragen van het lid Van Toorenburg aan de minister van Veiligheid en Justitie over het bericht "Justitie gaat hennepteelt harder aanpakken".

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Voorzitter. Ik hoor lovende woorden vanuit de oppositie voor de minister, en dat in campagnetijd. Het moet eigenlijk niet gekker worden. Ze zijn echter echt gemeend. Op verschillende plekken hebben wij mogen lezen, in Brabant zelfs mogen ervaren, dat Justitie de hennepteelt harder gaat aanpakken. Het laat er geen gras over groeien. Laten we hier vooral vandaag ook hoofdofficier van justitie Nieuwenhuizen complimenteren, die terecht zegt dat wij af moeten van het romantische beeld van de tevreden stickieroker. Softdrugs maken lamlendig. Het gaat om georganiseerde, de samenleving ernstig ondermijnende, misdaad, die bovendien heel schadelijk is voor de volksgezondheid. Het OM houdt voet bij stuk en wijst een ander drugsbeleid radicaal van de hand. Wij willen vandaag van de minister van Veiligheid en Justitie horen dat hij op dit punt van plan is om koers te houden. Zijn collega's van de Partij van de Arbeid, onder aanmoediging van gedoger D66, blijken wel degelijk gevoelig voor de lobby van de softdrugsindustrie. Wij zijn ook nog niet vergeten dat de Partij van de Arbeid in de senaat had bedacht om te moeten komen tot gereguleerde wietteelt. Sommige Partij van de Arbeid-burgemeesters gaan zelfs zo ver en handelen rechtstreeks in strijd met het kabinetsbeleid. Nieuwenhuizen zegt terecht: de georganiseerde teelt die hier en daar wordt voorgesteld, leidt echt niet tot een fijne, gezellige samenleving. Het gaat gewoon niet gebeuren, omdat er altijd een groot circuit buiten de overheid om zal blijven bestaan. Wij willen vandaag van de minister weten hoe hij gaat optreden tegen deze naïeve en ontwrichtende proefballonnetjes. Wij hebben ook nog andere grote zorgen. Lagere rechters oordelen steeds vaker op een hele coulante manier over de hennepteelt en over de hennephandel. Dat baart ons echt zorgen. Wij hopen dat de Hoge Raad deze uitspraken zal vernietigen. Als dit niet gebeurt, heeft de minister dan plan B klaarliggen? Wij willen namelijk niet dat de drugscriminelen de dans ontspringen, omdat wij nu eenmaal te lang in het fabeltje hebben geloofd van het olijke drugsgebruik.

Minister Opstelten: Voorzitter. Ik dank mevrouw Van Toorenburg voor haar glasheldere vragen. Het is eigenlijk een simpele vraag naar de bekende weg, terwijl ze mij aankijkt. Natuurlijk houd ik koers op dit punt. Dat is glashelder. Zowel in dit huis als aan de overkant zijn wij volstrekt helder geweest welk drugsbeleid het kabinet voert. Het is niet voor niets dat de hoofdofficier van het arrondissement Oost-Brabant zulke glasheldere taal spreekt. Dat is zijn verantwoordelijkheid. Hij voert als vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie natuurlijk ook het beleid uit dat wij voeren. Altijd heb ik tegen al die burgemeesters, die ik één voor één ontving, gezegd dat we op dit terrein op dit moment geen pilots toestaan.

De laatste vraag van mevrouw Van Toorenburg ging over de jurisprudentie. Natuurlijk heb ook ik kennisgenomen van de uitspraak van de rechter in Groningen. Het Openbaar Ministerie is, overigens met mijn instemming maar wel op eigen initiatief, daartegen in beroep gegaan. Wij wachten de uitspraken van het hof vol vertrouwen af. Er is voor mij totaal geen aanleiding om een plan B in de zak te hebben. Ik ben namelijk van mening dat het beleid dat wij op dit punt voeren, deugt en dat continuïteit en consistentie op dit punt ook geboden is.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Het is goed dat de minister veelvuldig met de burgemeesters spreekt. Ik heb daar echter nog wel een opmerking over. Hij spreekt namelijk ook met de burgemeesters over hun grote zorgen ten aanzien van de capaciteit. Wij weten allemaal dat met name de burgemeesters in het zuiden van het land, dus in Limburg en in Brabant, op dit moment het water tot aan de lippen staat. Zij geven aan dat zij geen recherchecapaciteit hebben om uiteindelijk de echte misdaad in het drugscircuit efficiënt aan te kunnen pakken. Wij zien dat er misschien wat capaciteit is vrijgemaakt, maar wij hebben grote zorgen over waar die vandaan komt. Daar willen wij de minister ook op aanspreken. De burgemeesters geven aan dat het goed is dat er wordt opgetreden, maar hebben zij dan straks ook de capaciteit om daadwerkelijk door te kunnen pakken? Ik spreek dan met name over de recherchecapaciteit.

Minister Opstelten: Inderdaad is er, zoals mevrouw Van Toorenburg ook al aangaf, een extra team in het Zuiden samengesteld. Er is sprake van een extra recherchecapaciteit van 125 personen: driemaal 25 personen uit de verschillende regionale eenheden en eenmaal 50 personen met topkwaliteit uit de Landelijke Eenheid. De burgemeesters, het Openbaar Ministerie en de politie hebben gezegd: wij willen dat deze zware vorm van drugscriminaliteit wordt opgerold. Vandaar ook de stevige uitspraken van hoofdofficier Nieuwenhuizen. Hij zou die namelijk nooit doen als hij geen capaciteit zou hebben. Ook wat dat betreft heb ik dus veel vertrouwen in de aanpak van de autoriteiten in het Zuiden. Dat is ook zeer noodzakelijk.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Wij hebben heel andere geluiden van de burgemeesters gehoord. Neem de burgemeester van Maastricht, die aangeeft dat ze echt door het ijs aan het zakken zijn wat betreft de aanpak van de georganiseerde criminaliteit. Dat hoor ik de minister nog niet zeggen. Wij hebben ook nog iets anders gehoord. In belangrijke artikelen in het Dagblad van het Noorden staat dat daar nog maar twaalf rechercheurs beschikbaar zijn doordat men daar helemaal is leeggetrokken voor het oplossen van een aantal problemen in Brabant en in Limburg. Natuurlijk, als Brabantse zeg ik: hoera dat het in Brabant op orde is. Maar het mag natuurlijk nooit zo zijn dat andere delen van Nederland uiteindelijk in grote problemen komen. Er zijn dus nog maar twaalf rechercheurs in het Noorden. Als zij op dit moment iets zwaardere zaken dan zij gemiddeld zelf kunnen oplossen, doorschuiven naar een landelijk team, dan zegt dat team daar geen tijd voor te hebben en schuift het alles weer netjes terug naar het Noorden. Wij willen dat de minister staat voor álle regio's. Het kan niet zo zijn dat, als de zuidelijke burgemeesters — terecht! — alarm slaan, vervolgens het Noorden wordt leeggetrokken. Daarop krijgen we graag nog een reactie.

Minister Opstelten: Daarover heb ik ook schriftelijke vragen gekregen en beantwoord. Althans, ik heb de antwoorden afgedaan. Die zullen de Kamer dus bereiken. Wat betreft de situatie in het Noorden moet ik zeggen dat het niet helemaal goed is geciteerd. Men doet daar wel een forse inspanning. Ik heb gezegd dat er een aantal grote operaties in het land aan de orde zijn. We maken keuzes. Aan de ene kant is er de liquidatieproblematiek in Amsterdam, waar noodzakelijkerwijs ook capaciteit van de rest van Nederland naartoe gaat. Aan de andere kant is er extra capaciteit in het zuiden van het land, inclusief Limburg. Die komt echter niet uit de andere eenheden, maar uit de Landelijke Eenheid. Er gaan dus mensen met topkwaliteit, ook rechercheurs, naartoe om die inderdaad grote georganiseerde criminaliteit daar aan te pakken. En het is zoals de heer Nieuwenhuizen zegt: niemand zal daar de dans mogen ontspringen.

Bron: http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/plenaire_verslagen/detail?vj=2014-2015&nr=58&version=2

Koos Zwart 19 mei 1947 - 8 mei 2014

"De meeste mensen sterven en zijn niet gelukkig. Het is de moeite waard de veranderingen nog tijdens ons leven te ervaren, het is de moeite waard thans nog gelukkig te worden en zodoende van een goed leven in een goed land te genieten."

 

We zijn diep bedroefd vanwege het overlijden van Koos Zwart, journalist en idealist, collega-redacteur en (politiek) adviseur, initiator en organisator, docent, onderzoeker, analyticus en cannabisconsument, visionair en filosoof en bovenal eigenzinnig lief mens: onvervangbaar zijn bijdrage, onbeschrijfelijk het gemis...

Dankjewel voor alles en rust zacht. Dag Koos!!!

redactie cannabis-kieswijzer: Jeroen Bos / Lisa Lankes / Gerrit Jan ten Bloemendal, 8/15 mei 2014

We kunnen en moeten Koos herdenken zoals in Het Parool of zoals in de rouwadvertentie van de VCE, maar ook eren door hem zelf aan het woord te laten. Toen ik onderstaande tekst voor het eerst las, 10 maart 2014, was het eerste wat in mijn gedachten opkwam: dit is zijn politiek testament. Zijn slechte gezondheid dwong hem de tekst te moeten dicteren: Lisa heeft de toetsen bediend. Deze door Koos geformuleerde tekst is door Lisa uitgesproken tijdens een door haar georganiseerde Politieke Avond in Eindhoven aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart jongstleden.

GJtB, 10 mei 2014

Lees hier de In Memoriams Koos Zwart I en II uitgesproken tijdens de crematieplechtigheid in Westgaarde te Amsterdam op 17 mei 2014 van de redactie cannabis-kieswijzer en de oud-voorzitter van de Actieve Bredase Coffeeshops (ABC).

Slotwoord

Hooguit 3 % van de Nederlanders is lid van een politieke partij en zodoende wil meer dan 97% van de kiezers kennelijk geen enkele invloed uitoefenen op de door de partij opgestelde verkiezingsprogramma's, kandidatenlijsten en rangordeningen daarin. Miljoenen willen immers geen lid van een politieke partij worden, zien af van beweging, inspraak, tegenspraak en medebeslissingsmogelijkheden.

En dan kan het klagen een aanvang nemen, waarom zijn we niet geraadpleegd, waarom is er geen ruimte voor door ons voorgestelde veranderingen ? De kloof tussen 'ons' en 'de politiek' blijft op die manier onoverbrugbaar, het ravijn valt zo niet te dichten.

Dan opereren kranten, radio en tv-nieuwsuitzendingen, actualiteitenrubrieken, makers van specials, reportages, enzovoorts, met hapklare opinies en sensatie doorspekte informatie voor de burger met weinig nuance en diepgang. Zo werd het I- en B- criterium gereduceerd tot de allesomvattende term 'de wietpas', waarbij de toerist de aandacht kreeg, maar niet wat de nieuwe regels voor de Nederlandse gebruiker inhielden.

Dan treffen we ook de lobbyisten, die eigenlijk ingehuurd worden om de stelling, het standpunt alsnog bij de partij(en) ingang te doen vinden, ongeacht de mening van de leden of het bestuur van die partij(en).

Onduidelijk is dit niet, wel onoverzichtelijk. Interviews, hoe lang (de zgn. hard talk, het mes op tafel) of hoe kort (de zgn. soundbite) dan ook - het wordt er maar niet doorzichtiger op.

Hoe moeten getoonde peiling begrepen worden? Als de weergave van 'de mening' van ons allemaal? Wie heb je daarbij op het oog ? In de krant is het de mening van de krantenlezer en de redactie, op de radio is dat de mening van de radioluisteraars en redactie, op tv de mening van de kijkers en de redactie.

Opgelet! Wat betreft de kiezers, zijn er nationale peilingen, representatieve panels, vergelijkingen, enzovoorts. Daaruit blijkt dan dat er weer veel zwevende kiezers zijn, die kunnen neerkomen op, hetzij de te verwachten historische nederlaag van de partij, hetzij de plotseling opduikende grootste overwinning ooit.

Tenslotte vormt het verkiezingsuitslag de enig juiste uitslag en zitten we met het onwrikbaar punt dat we pas over vier jaar echt weer heel eventjes kunnen laten merken wat we er concreet van vinden.

De meeste mensen sterven en zijn niet gelukkig. Het is de moeite waard de veranderingen nog tijdens ons leven te ervaren, het is de moeite waard thans nog gelukkig te worden en zodoende van een goed leven in een goed land te genieten.

Help de idealist(en) met de bevrijding van 5 planten door je stem te verheffen in de partij die het volgens jou bij het verkeerde eind heeft en tegen beter weten in pleiten voor het voortzetten van de War On Drugs.

Word je eigen lobbyist en probeer de opvattingen en vooroordelen te veranderen. Dan gaat er hopelijk ordelijk beweging in komen in die amorfe massa die we aanduiden met het begrip 'de politiek'.

Koos Zwart, 5 maart 2014

Koos Zwart bij In de Rooie Haan, 11 januari 2014

Presentatrice Henny Stoel: “In de Rooie Haan had een heel aparte rubriek: de beursberichten. Niet van aandelen, maar van softdrugs. Die moesten uit de illegaliteit gehaald worden, vond Koos Zwart en die was zoon van minister Irene Vorrink. Dat was nogal wat. Cameraploegen uit Amerika kwamen naar De Rooie Haan om dit fenomeen te filmen. Vandaag nog één keer: Koos Zwart.”

Koos Zwart: “In de eerste jaren van het als afwijkend getypeerd drugsbeleid werd er vanuit het buitenland veel op het Nederlandse beleid gemopperd. Maar na vele, vele werkbezoeken begrijpen de buitenlanden de praktische aanpak toch steeds beter. Kiezers in Colorado in de Verenigde Staten spraken zich uit en een kleine groep van 42 ondernemers en winkels heeft sinds tien dagen een wietverkoopvergunning van de deelstaat Colorado. Noordelijker gelegen is Washington State, die weldra dit goede voorbeeld gaat volgen.

De president van Uruguay wil de gebruikers hun vijf wietplanten laten, coöperaties worden mogelijk gemaakt en medische wiet kan verstrekt worden via de apotheek. Van vrije ondernemingsgewijze cannabisproductie zoals in Colorado moet de initiatiefnemer niets hebben. Die vrije jongens houden nu een grote illegale zwarte markt gaande en de inmiddels bekrachtigde initiatiefwet beoogt illegale wiethandel zoveel mogelijk overbodig te maken. In Uruguay en in Colorado is bepleit gebruik en bezit voor eigen gebruik niet langer strafrechtelijk te vervolgen. In Colorado wordt de beoogde harm reduction met het wietwinkelsysteem gestalte gegeven.

Dit is het moment waarop wij in Nederland achteruit gaan sukkelen. En de buitenlanden gaan ons inhalen. Het is droevig te moeten melden dat de door 23 burgemeesters vervaardigde plannen, suggesties en adviezen over hun wietverkoopwinkelsysteem door minister Opstelten zijn afgewezen. Over het Utrechtse voorstel meldde Opstelten niet over volksgezondheid te gaan; enige tijd later zal de staatssecretaris VWS dus nog een reactie geven. Het heeft er gelukkig alles van dat de 23 burgemeesters nu de koppen bij elkaar gaan steken. Deze bijeenkomst was ontluisterend en tenenkrommend en levert geen enkel achterdeurtje op. Meer informatie hieromtrent: raadpleeg  website cannabis-kieswijzer.nl en website WeSmoke.nl.

En overigens, prijzen omroepen: het hoeft niet meer. In elk van de 600 coffeeshops hangt of ligt immers een prijslijst. Drugsvoorlichting: het moet. Het is telkens weer nodig te waarschuwen voor risico’s. Al jaren is het BNN programma Spuiten & Slikken opzienbarend, spraakmakend en discussie bevorderend. Goed zo! Goedemiddag.

VCE Koos Zwart 19 mei 1947 - 8 mei 2014

Aanwijzing Opiumwet
Rechtskarakter: Aanwijzing i.d.z.v. artikel 130 lid 4 Wet RO 
Van: College van procureurs-generaal
Aan: Hoofden van de OM-onderdelen
Registratienummer: 2015A003 
Datum inwerkingtreding: 01-03-2015
Publicatie in Stcrt.: 27 februari 2015 
Vervallen: Aanwijzing Opiumwet (2012A021)
Relevante beleidsregels OM: Richtlijn voor strafvordering Opiumwet, softdrugs (2015R019), Richtlijn voor strafvordering Opiumwet, harddrugs (2015R018), Aanwijzing Afpakken (2013A021)

Wetsbepalingen: Artt, 2, 3, 3b, 4, 10, 10a, 11, 11a, 11b, 12, 13 en 13b Opiumwet

SAMENVATTING

Deze aanwijzing heeft betrekking op de opsporing en de vervolging van personen die delicten uit de Opiumwet begaan. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de bestuurlijke en strafrechtelijke aspecten van het gedoogbeleid ten aanzien van coffeeshops en aan de vervolging van voorbereidingshandelingen met betrekking tot lijst II-middelen. Klik hier voor de publicatie in de Staatscourant.

Richtlijn voor strafvordering Opiumwet, softdrugs
Rechtskarakter: aanwijzing i.d.z.v. artikel 130, lid 4 Wet RO
Van: College van procureurs-generaal
Aan: hoofden van de OM-onderdelen
Registratienummer: 2015R019
Datum inwerkingtreding: 01-03-2015
Publicatie in Stcrt .: 25 februari 2015
Vervallen: richtlijn Opiumwet, softdrugs (2011R010), richtlijn Opiumwet, inzake qat (2014R001)
Relevante beleidsregels OM: aanwijzing Opiumwet (2015A003), aanwijzing kader voor strafvordering en OM-afdoeningen (2015A001)

Wetsbepalingen: art. 3 en 11 Opiumwet

BESCHRIJVING
Deze richtlijn heeft betrekking op alle verboden handelingen met betrekking tot softdrugs (hennepproducten, qat en paddo’s). Voor deze richtlijn is de plaatsing op lijst II van de Opiumwet bepalend, niet de fase in het productieproces waarin de drugs zijn aangetroffen en/of het veronderstelde gevaar voor de volksgezondheid. Bij enkele delicten geldt een verzwaarde recidiveregeling. In beslaggenomen drugs worden onttrokken aan het verkeer. Klik hier voor de publicatie in de Staatscourant.

De wijziging van de Opiumwet om alle handelingen die illegale hennepteelt voorbereiden en bevorderen strafbaar te stellen met een gevangenisstraf tot 3 jaar of een geldboete werd in het najaar van 2014 in de Eerste Kamer behandeld. Het kabinet denkt met deze wijziging een bijdrage te leveren aan de bestrijding van illegale hennepteelt. Met dit wetsvoorstel (32 842, nr. 2) worden personen en bedrijven die geld verdienen met de levering van goederen of diensten en de financiering van illegale hennepteelt strafbaar. Het gaat bijvoorbeeld om growshops, transport- en distributiebedrijven, verhuurders van loodsen en schuren, elektriciens die illegale elektrische installaties aanleggen of de handel in kant-en-klaar ingerichte kasten voor de illegale hennepteelt (deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer). Het wetsvoorstel 32 842 is op 6 juli 2011 ingediend bij de Tweede Kamer en op 2 april 2013 aangenomen; PVV, SGP, CDA, ChristenUnie en VVD stemden voor.

De plenaire behandeling door de Eerste Kamer vond plaats op 4 november 2014 en de stemming hierover een week later. Het wetsvoorstel is op 11 november 2014 bij hoofdelijke stemming met 39 stemmen voor (van VVD, CDA, PVV, ChristenUnie, SGP en OSF) en 31 stemmen tegen(van PvdA, SP, D66, GroenLinks 50PLUS en PvdD) aangenomen. Dit zijn 70 van de 75 Eerste Kamerzetels: 5 Eerste Kamerleden hadden zich wegens ziekte of verblijf elders afgemeld.

Door deze wetswijziging, die op 1 maart 2015 is ingegaan, kunnen zodoende dus alle schakels in de voorfase van de cannabisproductie (de tuin- en achterdeuren) worden vervolgd. Dit betekent met name dat vanaf deze datum het exploiteren van growshops strafbaar wordt gesteld.(zie ook brief VNG en artikel website VNG). Het Openbaar Ministerie (OM), politie, FIOD, Belastingdienst, gemeenten, provincies en het Rijk treden met ingang van 1 maart 2015 gezamenlijk op tegen facilitators van illegale hennepteelt. Op diverse plekken zullen controles gaan plaatsvinden. Lees meer...

Het gedoogde en strafbare op een rijtje: de Aanwijzing en Richtlijn per 1 maart 2015. Lees hier meer...

Tijdens het debat van 4 november 2015 werd tevens de motie-Ter Horst (PvdA) c.s. over de instelling van een commissie die de regering moet adviseren over het toekomstige softdrugsbeleid (EK 32 842, L) ingediend. De motie is op 11 november 2014 na stemming bij zitten en opstaan verworpen. Een minderheid van PvdA, GroenLinks, SP, D66, PvdD en 50PLUS stemden voor.

Bij de plenaire behandeling op 4 november 2014 had senator mw. Ter Horst (PvdA) een aantal opmerkelijke vragen aan de minister van Veiligheid en Justitie: “De minister heeft telkenmale aangegeven dat hij het bestaande gedoogbeleid niet wil frustreren. Valt het verlenen van vergunningen aan coffeeshops door gemeenten onder het faciliteren van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet, strafbaar gestelde feiten? Met andere woorden: is het verlenen van vergunningen aan coffeeshops in strijd met de onderhavige wet? Klopt onze beoordeling dat dit wetsvoorstel extra drempels opwerpt voor de door burgemeesters gewenste experimenten met regulering van hennepteelt? Hoe zit het met het ambtelijk of bestuurlijk voorbereiden van nota's over het reguleren en certificeren van hennepteelt? Is dat wellicht ook strafbaar?”

Antwoord van dhr. Opstelten,de minister van Veiligheid en Justitie, op deze vragen: “Mevrouw Ter Horst vroeg of verlening van een vergunning voor het houden van een coffeeshop onder de reikwijdte van het wetsvoorstel valt. Dit wetsvoorstel ziet op voorbereidingshandelingen. In coffeeshops vinden geen voorbereidingshandelingen plaats. De vergunningverlening in coffeeshops is dan ook een andere dan bijvoorbeeld het verlenen van een vergunning voor een growshop. Het laatste kan met dit wetsvoorstel dan ook niet meer.”

Wanneer de publicatie in het Staatsblad een feit is en het wetsvoorstel definitief wet geworden is, zal het voor diegenen - de (illegale) kwekers die de coffeeshops nu voorzien van de cannabis neerlandica (die gedoogd aan de voordeur wordt verkocht) - alleen maar nog moeilijker worden te voorzien in de vraag van de coffeeshops. Immers: geen groeishops meer om je materialen van te betrekken en nog meer mogelijkheden voor justitie om tot vervolging over te gaan.

Deze wijziging van de Opiumwet bemoeilijkt een regulering van de aanvoer naar de gedoogde coffeeshops ten zeerste. Of om senator Nagel (50PLUS) te citeren (ook plenaire behandeling Eerste Kamer 4 november 2014): “Voorzitter. Zo'n 40 jaar geleden was ik eindredacteur van het politieke radioprogramma In de Rooie Haan. In dat programma gaf de helaas dit jaar overleden Koos Zwart, zoon van PvdA-minister Irene Vorrink, wekelijks drugsvoorlichting en noemde hij de zwartemarktprijzen van de diverse wietsoorten. Toen al ging de discussie over begrippen als illegaliteit, criminaliteit, kwaliteit en gezondheid. In die dagen werd alom geconstateerd dat de Haagse politiek achter de feiten aanholde. Nu, 40 jaar later, geldt die conclusie opnieuw of nog steeds. Of je nu voor of tegen het reguleren van bepaalde softdrugs bent, de conclusie kan niet anders zijn dan dat het huidige beleid finaal is vastgelopen en dat de voorliggende wetswijziging geen oplossingen biedt maar de problemen juist zal vergroten.”

Voorafgaand aan de plenaire behandeling op 4 november 2014 heeft de voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie (van de Eerste Kamer) een brief gericht aan de Minister van Veiligheid en Justitie. Citaat uit de brief van Mr. dr. A.W. Duthler van 11 juli 2014: “Een grote groep burgemeesters ziet met lede ogen aan dat steeds meer inwoners bij de productie van hennep worden betrokken en zo in de armen van criminele organisaties worden gedreven. Het pleidooi dat deze burgemeesters bij u hebben gehouden, heeft niet geleid tot een gewijzigd inzicht bij u. De commissie is van mening dat het bij behoorlijke bestuurlijke verhoudingen hoort dat de regering een open oor heeft voor de gemeenten in Nederland. Zij verzoekt u en uw ambtgenoot van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) met klem om de door de burgemeesters geschetste problematiek serieus te nemen en met hen in contact te treden teneinde tot een oplossing van de problemen te komen. Voorts nodigt de commissie u en uw ambtgenoot van BZK uit voor een mondeling overleg op 9 september 2014 teneinde van u beiden te vernemen wat u reeds gedaan heeft om de problemen die gemeenten rond het softdrugsbeleid ervaren, op te lossen en wat u op dit vlak voornemens bent in concreto te doen, zowel qua proces als qua inhoud.”

Een paar dagen voor dit mondeling overleg van 9 september stuurde minister Opstelten op 4 september 2014 een antwoord aan de Voorzitter van de Eerste Kamer: “Alles overziende heb ik daarbij moeten vaststellen dat ik met een aantal burgemeesters van inzicht verschil over wat de meest effectieve en daarmee gewenste aanpak kan en moet zijn. Het antwoord op de problematiek moet mijns inziens niet gevonden worden in regulering van de teelt, maar in een krachtige en gezamenlijke aanpak van criminaliteit en overlast. In dit standpunt word ik gesteund door het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie.”

De commissie voor Veiligheid en Justitie, Eerste Kamer, heeft dus op 9 september 2014 mondeling overleg gevoerd met minister Opstelten van Veiligheid en Justitie en minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de bestuurlijke verhoudingen in Nederland in relatie tot de problemen rond de productie van hennep. Enkele citaten uit de bijdragen van onze minister van V & J tijdens dit overleg.

Opstelten: “De vraag was of ik bereid ben om een experiment te doen. Ik denk dat dit niet past in het beleid dat wij voeren. Het is niet kinderachtig, van "ach, een experimentje". Als je een experiment doet, zet je de situatie open voor ander beleid. (…) Een experiment zal geen oplossing bieden voor de bestrijding van de overlast en ook niet voor de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit.(…) Ik geloof dus niet in het experimenteren met en het certificeren van de teelt voor de coffeeshops. Dat vind ik helemaal geen instrument. Het gaat mij om de aanpak van de grote criminaliteit, meerjarig.”

Opstelten: "Er zijn ten aanzien van het coffeeshopbeleid twee elementen in het regeerakkoord opgenomen. Die vormen niet alleen het vertrekpunt, maar voor de hele periode het beleid. Het eerste is het zogenaamde "ingezetenencriterium" dat wordt toegepast. Er is net een rapport verschenen over hoe het daarmee gaat. Het tweede is dat wij de georganiseerde criminaliteit die zich voordoet rond het drugsbeleid duidelijk aanpakken. Ik heb in de brief al het nodige geschreven over hoe we dat doen."

Dit is alles